Nieuws Algemeen

Kamer overwegend positief over het wetsvoorstel kwaliteit (V)SO

Kamer overwegend positief over het wetsvoorstel kwaliteit (V)SO

14 maart besprak de kamer het wetsvoorstel.

De kamerleden refereerden daarbij voor een deel aan de consequenties van de toezeggingen door de mininister rond de wet passend onderwijs zoals bijvoorbeeld voor het ontwikkelingsperspectief en de geschillencommissie. Een kritische noot werd nog gekraakt rond het in het regeerakkoord, voor het regulier onderwijs opgenomen afspraak,  dat bij wet zal worden geregeld dat scholen die langer dan 1 jaar zeer zwak zijn kunnen worden gesloten. De minister, die een voorstel van wet daartoe nog moet uitwerken, deed geen toezegging op welke termijn dit ook voor het speciaal onderwijs zou moeten gaan gelden.  Dhr. Dijsselbloem pleitte er in ieder geval voor eerst de volledige invoer van de onderdelen van de wet daartoe af te wachten, evenals de oordelen van de inspectie op basis van het nieuwe toetsingskader. Pogingen van de oppositie om opnieuw de 10 % klassenvergoting ter discussie te stellen strandden opnieuw bij de eerder gekozen opstelling van de regeringspartijen, hoewel Dhr. Elias het deze keer wel een bezuiniging noemde die hij "kantje boord" acht. Een motie om de gevolgen van de klassenvergroting te monitoren werd door de minister ontraden.

Op de vraag wie er beslist over leerlingen voor wie het nodig is dat ze na hun 16de of 18de jaar nog onderwijs krijgen binnen het vso gaf de minister aan dat hier het samenwerkingsverband aan zet is. Gemiddeld verlaat een leerling met 17 jaar het vso dus zij verwacht daar geen problemen. Voor de invulling van het OPP noemde de minister  leerrendementsverwachting, uitstroomniveau en -bestemming, belemmerende en compenserende factoren en eventueel specifiek ondersteuningsaanbod bovenop het "reguliere" ondersteuningsaanbod van de speciaal school, als belangrijke elementen.

 

Over het algemeen wordt de wet gezien als een goed instrument om de kwaliteit en opbrengstgerichtheid van het speciaal onderwijs te vergroten en daarmee de perspectieven van de leerlingen te verbeteren.