Nieuws Algemeen

Eerste Kamer kritisch over Passend Onderwijs

De partijen in de Eerste Kamer toonden zich in de eerste termijn van het debat op 2 oktober kritisch over de wet Passend Onderwijs. Diverse vragen en zorgen die al eerder door de PO-Raad zijn aangedragen, werden ingebracht: zorgen over de financiële positie van het primair onderwijs;  de borging van de expertise; de positie van het speciaal onderwijs en kleine besturen in de samenwerkingsverbanden. Er werden vraagtekens gezet bij het inrichten van weer een nieuwe bestuurlijke laag in de vorm van de samenwerkingsverbanden wat zou kunnen leiden tot  nieuwe bureaucratie en door budgettaire afwegingen gedreven machtsblokken waarvan ouders met kinderen met beperkingen afhankelijk worden bij het vormgeven van de adequate onderwijsondersteuning.  Diverse partijen verwachten forse uitvoeringsproblemen temeer ook omdat de afstemming  met de jeugdhulp niet voldoende is geborgd middels het OOGO en de trajecten niet synchroon lopen.  

 

In haar reactie geeft de minister aan dat zij vertrouwen heeft in de schoolbesturen die verantwoordelijk zijn voor de zorgplicht binnen de kaders die passend onderwijs daarvoor aangeeft.

Wat betreft de financiële spankracht beaamt  de minister dat er is bezuinigd is maar zij zet daar de stijging van het bedrag  per leerling  en de indexering tegenover.  Echter er zullen wel scherpe keuzes gemaakt moeten worden. Er wordt daartoe geïnvesteerd in de financiële deskundigheid van besturen. Volgens de minister is het voorliggende wetsvoorstel het resultaat van een lange voorbereiding  die samen met het veld is vormgegeven en waar al de nodige voorbereidingen zijn gestart. Er zijn echter nog geen onomkeerbare besluiten genomen.  Er ligt een grote uitdaging voor de komende jaren voor de aansluiting tussen zorg en onderwijs.

De minister zegt toe dat er nadrukkelijk gemonitord zal worden en er halfjaarlijks zal worden gerapporteerd over  de invoering.  Het kader daarvoor zal de kamer worden toegezonden.  Verder zegt de minister een landelijke arbitrageorgaan toe waar besturen die er niet uitkomen terecht kunnen met hun vragen. 

De vereniging van gereformeerde scholen kan rekenen op extra ondersteuning gezien de specifieke positie na overleg met besturen en PO-Raad.    

 

In de tweede termijn werd veelal positief gereageerd op de toelichting en toezeggingen van de minister hoewel op punten vragen bleven bestaan zoals de extra bestuurlijke laag en de positie van de speciale scholen en de kleine besturen.  De minister zegt toe dat de ECPO de basisondersteuning mee zal nemen in de monitor.

De volgende moties worden ingediend:  

Motie: onafhankelijk onderzoek of structurele bekostiging van onderwijs  voldoende is  om passend onderwijs uit te voeren: oordeel kamer

Motie : bewerkstelligen dat er voor kinderen met gedragsproblemen ondersteuning wordt geregeld zodat schorsing zoveel mogelijk wordt voorkomen:  oordeel kamer  

Motie: voorzien in permanente landelijke arbitragecommissie die geschillen kan beslechten: minister zegt toe zo snel mogelijke tot  inrichting over te gaan  en in overleg met sectoren een   voorbeeldbepaling aan te reiken voor de statuten. Daarvoor is dan geen wetswijziging nodig.  Naar de mening van de kamer mag  opname in de statuten niet vrijblijvend zijn. Mocht het zo zijn dat opname in de statuten onvoldoende blijkt te zijn, dan zal overgegaan worden tot wetgeving.  

De PO-Raad ziet in de motie Linthorst c.s. terug dat de uitingen  van de PO-Raad in de afgelopen periode over de structurele bekostiging zijn overgekomen. Hiermee laat de politiek zien dit signaal serieus op te pakken.

 

De conceptwettekst kwaliteit (V)SO leverde geen discussie op.

De stemming vindt dinsdag 9 oktober plaats.