Nieuws Expertise

Zorgleerlingen in regulier en speciaal (basis)onderwijs: appels en peren, of toch niet?

Voor het eerst zijn in een redelijk grootschalig onderzoek vergelijkingen gemaakt tussen leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs en leerlingen in het regulier basisonderwijs die daar extra zorg krijgen, zoals rugzakleerlingen. De resultaten laten zien dat voor vrijwel elk type probleem  dat leerlingen kunnen hebben het regulier basisonderwijs  te maken heeft met lichtere en minder complexe problemen dan de speciale scholen . De zwaarste problemen worden gerapporteerd in cluster 3, daarna in cluster 4 en daarna in het speciaal basisonderwijs. De verschillen tussen regulier onderwijs en vooral de clusters 3 en 4 zijn soms fors.

Waarom COOL Speciaal?
De kwaliteit van het onderwijs is regelmatig onderwerp van debat. Om dat debat goed te kunnen voeren, is betrouwbare informatie nodig over hoe leerlingen zich ontwikkelen. Zulke informatie wordt voor het regulier onderwijs geleverd door COOL5-18, het CohortOnderzoek OnderwijsLoopbanen voor leerlingen van vijf tot achttien jaar.COOL5-18 biedt elke drie jaar betrouwbare, vergelijkende cijfers over de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen en voor de deelnemende scholen ook over de kwaliteit van de eigen school. Voor het speciaal (basis)onderwijs was zulke informatie tot nu toe niet voorhanden. Vanaf het schooljaar 2010-2011 is dat echter veranderd. COOL5-18 is uitgebreid met COOL Speciaal: een onderzoek op scholen uit het speciaal basisonderwijs en de clusters 3 en 4 van het speciaal onderwijs,. Het doel van COOL Speciaal is om van verschillende groepen leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs in kaart te brengen hoe ze zich ontwikkelen. Een tweede doel is om te onderzoeken in hoeverre ‘zorgleerlingen’ in het regulier onderwijs en in het speciaal (basis)onderwijs van elkaar verschillen en welke leerlingen in welk type onderwijs het meest tot hun recht komen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van toetsen taal en rekenen en vragenlijsten voor leerlingen en leraren over aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling. De opdrachtgever voor COOL Speciaal is, net als voor COOL5-18, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut en het ITS.

Eerste resultaten
De eerste resultaten laten zien dat het regulier basisonderwijs bij zorgleerlingen overwegend te maken heeft met lichtere problemen dan de speciale scholen. De zwaarste problemen worden gerapporteerd in cluster 3, daarna in cluster 4 en daarna in het speciaal basisonderwijs . De verschillen tussen regulier onderwijs en vooral de clusters 3 en 4 zijn soms fors. Zo heeft van de zorgleerlingen in het basisonderwijs 9% in ernstige mate externaliserende gedragsproblemen en in cluster 4 is dat 32%.  En in cluster 3 heeft 34% van de leerlingen in ernstige mate communicatieproblemen en in het basisonderwijs 7%.
Zorgleerlingen in het regulier basisonderwijs presteren in taal en rekenen minder goed dan hun klasgenoten die geen zorgleerling zijn, maar beter dan de zorgleerlingen in het speciaal  (basis)onderwijs.  Op cluster 4 scholen presteren leerlingen gemiddeld beter dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs, maar als rekening wordt gehouden met de intelligentie van de leerlingen verdwijnen die verschillen voor een deel. Verder doet zorgzwaarte er toe: hoe zwaarder en complexer de problemen van een leerling, des te lager de toetsscores; dit geldt in alle schooltypen.
Op sociaal-emotioneel gebied is sprake van een gemengd beeld.  Leerlingen uit cluster 4 scoren hier overwegend het laagst.

Verder onderzoek
Met de gegevens uit COOL5-18 en COOL Speciaal wordt ook nog verder onderzoek verricht. Begin 2013 zal een rapport verschijnen met vervolganalyses van prestaties en loopbanen van zorgleerlingen in Nederland.

Onderzoek Coorl Speciaal.pdf