Nieuws Algemeen

Q en A’s personele gevolgen

Wat is de status van het principeakkoord?

In samenwerking tussen de sector-, vakorganisaties en OCW is een landelijk tripartiet kader voor de personele gevolgen opgesteld. Het betreft een principeakkoord dat momenteel bij de achterbannen ligt.

Op welke personeelsleden heeft dit principeakkoord betrekking?

Het principeakkoord heeft betrekking op ambulant begeleiders, personeel in dienst van de samenwerkingsverbanden (WSNS, vo en rec’s), om personeel dat op het schooldeel van de leerlinggebonden financiering is aangesteld in het regulier onderwijs en personeel dat als gevolg van de verevening mogelijk hun baan verliest.

Om hoeveel mensen gaat het?

Dat is op dit moment niet bekend. Het Participatiefonds doet begin volgend jaar een nulmeting bij de betrokken werkgevers om te bepalen om hoeveel en welke mensen het gaat. Gekeken wordt naar personeel in dienst op 1 mei 2012.

Welke fases kent het principeakkoord?

1e fase:
Indien het samenwerkingsverband dat wenst, vindt er overleg plaats om te komen tot opting out in schooljaar 2014-2015. Als er voor 1 mei 2014 overeenstemming is bereikt met alle betrokken scholen voor (v)so en de vakorganisaties, kan gebruik worden gemaakt van de opting out.

2e fase:
Indien het samenwerkingsverband dat wenst, vindt er overleg plaats om te komen tot vermindering van de verplichte herbesteding in schooljaar 2015-2016. Als er voor 1 augustus 2015 overeenstemming is bereikt met één of enkele (v)so scholen en de vakorganisaties, kan de verplichte herbesteding worden verminderd.

3e fase:
Indien er in de 1e en 2e fase geen of onvoldoende afspraken zijn gemaakt over betrokken personeel, dan moet er op overeenstemming gericht overleg plaatsvinden tussen het samenwerkingsverband, de huidige werkgevers van betrokken personeelsleden en de vakorganisaties. Voor 1 augustus 2016 moet overeenstemming zijn bereikt.

Vanwege de belangen van betrokken personeelsleden, heeft het de voorkeur om zo snel mogelijk (fase 1) duidelijkheid te hebben over de nieuwe situatie. In fase 3 gaat het als het goed is nog slechts om een klein aantal samenwerkingsverbanden.

Kunnen schoolbesturen en samenwerkingsverbanden ook nu al ambulante begeleiders in dienst nemen en de bijbehorende geldstromen krijgen?

Ja, dat kan. Als (v)so besturen (als huidige werkgevers), schoolbesturen/samenwerkingsverbanden (als toekomstige werkgevers) en personeelsleden het hierover eens zijn, kunnen de (v)so besturen de middelen voor ambulante begeleiding overboeken naar de schoolbesturen/samenwerkingsverbanden. Dit is de laatste jaren al op een aantal plekken op deze manier gebeurd. 

Wat houdt de opting out in? Hoe dit worden aangevraagd? Wat zijn de voorwaarden?

In schooljaar 2014/2015 blijft het geld voor ambulante begeleiding in principe bij de (v)so scholen, tenzij er afspraken zijn gemaakt tussen alle betrokken (v)so besturen (of rec’s), vakorganisaties en het samenwerkingsverband over de personele gevolgen. Als er overeenstemming is bereikt tussen bovengenoemde overlegpartners over het personeel, dan worden de middelen voor ambulante begeleiding naar het samenwerkingsverband overgeheveld. Het samenwerkingsverband dient, indien er overeenstemming is bereikt, dit uiterlijk voor 1 mei 2014 aan te vragen bij DUO. Als er geen overleg heeft plaatsgevonden of er geen overeenstemming is bereikt tussen partijen, dan is het niet mogelijk gebruik te maken van opting out. Deze fase biedt de mogelijkheid om al eerder afspraken te maken om middelen over te hevelen naar het samenwerkingsverband, mits er ook overeenstemming is over het personeel. Nadere voorwaarden worden bij ministeriële regeling vastgelegd.

Wat houdt de verplichte herbesteding in? Hoe dit worden aangevraagd? Wat zijn de voorwaarden?

In schooljaar 2015/2016 gaat het geld voor ambulante begeleiding naar de samenwerkingsverbanden. Zij moeten dit verplicht herbesteden bij de scholen voor (v)so waar men voorheen de ambulante begeleiding van ontvingen, tenzij er afspraken zijn gemaakt tussen betrokken (v)so besturen (of rec’s), vakorganisaties en het samenwerkingsverband over de personele gevolgen. Als er overeenstemming is bereikt tussen bovengenoemde overlegpartners over het personeel, dan kan de verplichte herbesteding geheel of gedeeltelijk worden verminderd. Dit hoeft niet te worden aangevraagd. Het betreft een overheveling van het samenwerkingsverband naar de betrokken (v)so besturen. Als er geen overleg heeft plaatsgevonden of er geen overeenstemming is bereikt tussen partijen, dan wordt de verplichte herbesteding niet verminderd. Nadere voorwaarden worden bij ministeriële regeling vastgelegd.

Wat gebeurt er als er in de derde fase geen akkoord wordt bereikt?

Het is wenselijk om zo veel mogelijk overeenstemming te bereiken over de personele gevolgen in de eerste of tweede fase. In de derde fase moet overeenstemming worden bereikt over het resterende personeel na de eerste en tweede fase. Als er in de derde fase in het op overeenstemming gericht overleg geen overeenstemming wordt bereikt kunnen partijen gezamenlijk de situatie aanmelden voor arbitrage bij de landelijke arbitragevoorziening. Indien niet alle betrokken partijen dit willen, kunnen partijen zich tot de rechter wenden. De rechter toetst vervolgens de intentie om tot overeenstemming te komen.

Dit laat onverlet dat de huidige werkgever (of de rechtsopvolger) personeelsverantwoordelijk blijft voor zijn personeel en, mocht overeenstemming uitblijven, DGO moet voeren. Immers, zij ontvangen vanaf een zeker moment geen bekostiging meer om deze mensen in dienst te houden. De bedoeling van deze principeafspraak is uiteraard om te voorkomen dat dat nodig is.

Wat zijn de verplichtingen van het samenwerkingsverband?

De schoolbesturen in het samenwerkingsverband moeten een ondersteuningsplan opstellen. Op basis van het ondersteuningsplan wordt vervolgens de personeelsvraag vanuit (de besturen in) het samenwerkingsverband geformuleerd (personeelsplan). Over de personele gevolgen wordt vervolgens overleg gevoerd tussen het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties.

Wordt het proces op landelijk niveau gevolgd?

Ja. Er is een landelijke begeleidingscommissie die met het Participatiefonds kijkt in hoeverre er al afspraken zijn en waar knelpunten zich voordoen.  

Gelden de afspraken uit het principeakkoord ook voor het mbo?

Dat hangt af van de uitkomsten van de nulmeting. Op dit moment zijn er ambulant begeleiders die deelnemers begeleiden in het mbo. Naar verwachting is dit een kleine groep. Het streven is om deze personeelsleden zo veel mogelijk te plaatsen in een functie waar hun expertise ingezet kan worden bij de mbo instellingen. Aan de huidige werkgevers van deze ambulant begeleiders wordt gevraagd in hoeverre er al met de mbo-instellingen afspraken zijn gemaakt over het overnemen van deze mensen. Als dat voor veel mensen nog niet het geval is, dan wordt hierover door het ministerie van OCW overleg gevoerd met de MBO Raad.

 
Gelden de afspraken uit het principeakkoord ook voor personeel dat gedetacheerd is naar een samenwerkingsverband?

Deze groep personeel loopt mee in de nulmeting over in welke mate er personeel in dienst is bij de samenwerkingsverbanden (samenwerkingsverbanden WSNS, VO en rec's) dat als gevolg van de invoering van het nieuwe stelsel passend onderwijs zijn of haar baan dreigt te verliezen. Op basis van de uitkomsten van de nulmeting, wordt bepaald of deze groep wel of niet onder het akkoord valt en onder welke voorwaarden.

Wie bepaalt welke ambulant begeleiders in welk samenwerkingsverband kunnen worden overgenomen?

In principe wordt dat bepaald door het samenwerkingsverband in overleg met de huidige werkgevers ((v)so besturen of rec’s). Daarbij zijn de voorkeuren van betrokken medewerkers leidend, in combinatie met wensen van bijvoorbeeld scholen, leraren of ouders.

Waar kan ik als betrokken personeelslid terecht als ik het niet eens ben met het aanbod van (de schoolbesturen in) het samenwerkingsverband?

Personeelsleden die vragen hebben bij het aanbod dat hen door een werkgever of samenwerkingsverband wordt gedaan, kunnen terecht kunnen bij de vakbond waar ze lid van zijn of lid van worden.