Nieuws Algemeen

Passend onderwijs op kantelpunt

 

Tijdens het algemeen overleg over de voortgangsrapportage op 4 april was er veel aandacht voor de verbinding tussen passend onderwijs en de transitie van de jeugdzorg. In de brief van de PO-Raad hebben wij hier ook aandacht voor gevraagd. De staatssecretaris gaf aan niets aan de verscheidenheid van de regio’s te kunnen en willen veranderen, dat is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Hij gaf aan dat dit wel een complex vraagstuk is maar dat het niet onmogelijk is om als samenwerkingsverband met verschillende gemeenten samen te werken. Wellicht kunnen goede voorbeelden breder verspreid worden, zodat meer regio’s hier hun voordeel mee kunnen doen.  In de volgende voortgangsrapportage voor de zomer zal de staatssecretaris meer informatie verstrekken over de aansluiting met de jeugdzorg.

Ook hadden veel kamerleden kritiek op de bestuurlijke aanpak van de invoering van passend onderwijs. De staatssecretaris stelde vast dat dit geen recht doet aan de inspanningen van de samenwerkingsverbanden en dat dit past bij de fase waarin de invoering zich bevindt. Er moet immers een stevig fundament staan voor een dergelijk grote stelselwijziging. Wel moet nu de kanteling naar de inhoud gemaakt worden. De PO-Raad heeft dit in de brief ter voorbereiding op het AO ook benoemd. Die kanteling naar de inhoud uit zich bijvoorbeeld in de vele aanvragen die er bij de PO-Raad binnen komen voor inhoudelijke clinics binnen het samenwerkingsverband.  Tevens heeft de PO-Raad de rolzuiverheid van alle betrokkenen benadrukt bij het toezicht op de samenwerkingsverbanden. Dit blijft een punt van aandacht, onder meer in de overleggen met de Inspectie hierover. Tijdens het overleg waren er veel opmerkingen over de betrokkenheid van de leraren  en ouders bij passend onderwijs, zowel bij de totstandkoming van de schoolprofielen als de ondersteuningsplannen van het samenwerkingsverband. Daarnaast blijft de Kamer bezorgd over de betrokkenheid van leraren bij de ontwikkelingen in de klas. Dit wordt op verschillende niveaus aangepakt: via de ondersteuning van het Rijk, School aan Zet en de lerarenbeurs. Via al deze kanalen is er aandacht voor omgaan met verschillen. Dit zal in de komende voortgangsrapportages terugkomen. Er kwamen diverse vragen vanuit de Kamer over de geschillenregeling. Het advies van de geschillencommissie is niet bindend, is dit niet te zwak? Het bevoegd gezag moet wanneer het zwaarwegend advies niet wordt overgenomen, dit met argumenten kunnen onderbouwen. Tenslotte uitte de Kamer zorg over het tijdpad en de wettelijke termijnen. Zijn deze  niet te krap?  De PO-Raad is van mening dat er veel moet gebeuren in korte tijd, dat vraagt veel van alle betrokkenen, maar we moeten reëel zijn: op 1 augustus 2014 treedt de wet in werking, de samenwerkingsverbanden zullen dan aan de wettelijke verplichtingen voldoen, maar er is daarna nog een lange weg te gaan voordat het stelsel volledig werkt.

Er volgt binnenkort nog een VAO (plenaire behandeling) waarin moties kunnen worden ingediend, bijv. over de inspraak van ouders bij het ontwikkelingsperspectief van een individuele leerling. Het is bij wet geregeld dat hierover op overeenstemmingsgericht overleg plaats vindt. De PO-Raad is van mening dat dit toereikend is. Nog voor het zomerreces volgt een tweede voortgangsrapportage waarin meer aandacht voor de inhoudelijke ontwikkelingen zal zijn.