Nieuws Onderwijs en Zorg

Verslag: "Samen werken aan perspectief in JJI en JeugdzorgPlus"

Een doorlopend en geïntegreerd programma voor iedere jeugdige.

“Wat we nodig hebben voor jeugdigen in justitiële inrichtingen en JeugdzorgPlus is een realistisch programma van 8 uur ’s ochtends tot 8 uur ’s avonds. Met een rooster op maat en in verbinding met de omgeving… Dat vraagt een gezamenlijke en ontschotte aanpak van onderwijs en gesloten jeugdzorg, waarin de jeugdige en niet het systeem centraal staat.”

Specialisten uit het onderwijs, de inspecties, de ministeries en natuurlijk de wereld van justitiële jeugdinrichtingen (JJI) en JeugdzorgPlus waren op donderdag 11 juni in grote getale in Utrecht bijeen om zich samen te buigen over de uitwerking van integrale en doorlopende dagprogramma’s voor jeugdigen in JJI en JeugdzorgPlus. Dat onder leiding van dagvoorzitter Rimco Viejou, sectordirecteur bij Aloysius Onderwijs.

17 adviezen

De commissie Henkens-Nijhuis bracht september vorig jaar 17 adviezen uit voor verbetering van het onderwijs in de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s) en JeugdzorgPlus instellingen. Eén van die 17 adviezen is om scholen in JJI’s en JeugdzorgPlus 52 weken per jaar open te houden. Daarop heeft het ministerie van OCW besloten dit advies (gedeeltelijk) over te nemen en voortaan 48 weken onderwijs te financieren. De uitwerking en invulling van de extra weken onderwijs vraagt om een gezamenlijke uitwerking van een integraal en doorlopend dagprogramma.

Daarom organiseerden het Landelijke Expertise Centrum Speciaal Onderwijs (LECSO), de Dienst Justitiële Instellingen (DJI) en Jeugdzorg Nederland op 11 juni een expertsessie met specialisten van ministeries en andere overheden, de inspecties, het onderwijs en natuurlijk de JJI’s en JeugdzorgPlus instellingen. Advies en visie

De middag startte met een toelichting op de adviezen van de commissie Henkens-Nijhuis door Joost van Caam van Taakgroep Onderwijs in Gesloten Jeugdinrichtingen (OGJ). Vanuit de 17 adviezen van commissie Nijhuis-Henkens op het gebied van financiën, wet- en regelgeving en cultuur van onderwijs in gesloten jeugdinstellingen, nam hij de aanwezigen mee in de overwegingen voor een gezamenlijke visie vanuit de Taakgroep OGJ.

En verbeteringen zijn nodig, zo schetste hij. De belangrijkste redenen voor voortijdig schoolverlaten door de jeugdigen in JJI en JeugdzorgPlus zijn volgens Caam: beperkte cognitieve capaciteiten, gezondheidsklachten of verslavingsproblematiek, zelfoverschatting en beperkte zelfregulerende vaardigheden en weinig ondersteuning en stimulering van ouders. “Om dit goed aan te pakken heb je gezamenlijk aandacht en gezamenlijk geformuleerde oplossingen voor deze problematieken nodig”, benadrukte hij.Zijn belangrijkste advies: “Draag samen zorg voor een permanent en integraal dagprogramma dat in gezamenlijkheid is ontwikkeld.”

Opwaartse lijn

Arianne Westhuis van Jeugdzorg Nederland schetste de zaal het belang van het inzetten van zorg voor jongeren in JJI en JeugdzorgPlus. Haar stelling: “ Een jeugdige is op weg naar bestendige participatie in de maatschappij en ontwikkelt zich gedurende zijn hele jeugd naar dit doel. Maar om deze ontwikkeling mogelijk te maken moeten de randvoorwaarden aanwezig zijn: ouders, systeem, onderwijs.” Wordt die ontwikkeling bedreigd, dan is dat progressief, benadrukte Westhuis: “Jongeren leren zich te handhaven in onveilige omgevingen en dat werkt versterkend.” Zij presenteerde daarop de aanwezigen verschillende typeringen van factoren die de problemen in stand houden en schetste de mogelijkheden om weer een opwaartse lijn te krijgen in de ontwikkeling van de jeugdige.

Gedeelde verantwoordelijkheid

In de tweede helft van het programma discussieerden de deelnemers onder leiding van een tafelhost in kleine groepen verder over drie belangrijke vragen in de samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs. Vragen die daarbij aan de orde kwamen waren: ‘Hoe integreren we behandeling en onderwijs’, ‘Hoe zorg je dat iedereen betrokken en verantwoordelijk is’ en ‘Hoe organiseer je een naadloze aansluiting tussen behandeling en onderwijs’. Via de methode van het World Café - waarin elke groep verder gaat met de uitkomsten van de groep daarvoor - ontstond tussen de verschillende disciplines aan tafel een levendige dialoog over samenwerking en gezamenlijke doelen. Termen als ontschotten, eenheid van taal, belang jeugdige voorop, openheid, gedeelde verantwoordelijkheid, gezamenlijke doelstelling per kind en gepersonaliseerd onderwijs werden uitgewisseld en bediscussieerd in groepen van maximaal 10 personen met verschillende expertisegebieden.

Afspraken vastgelegd

Uit de terugkoppeling van de hosts werd duidelijk dat het gezamenlijk opgestelde, geïntegreerde en doorlopende programma er absoluut moest komen. Daarnaast werd de ambitie uitgesproken dit in de eigen regio op te zetten en in te richten. Om die gedachte vast te leggen zaten de samenwerkingspartners na de tafeldiscussies bij elkaar om de eigen opdracht verder vorm te geven en de samenwerkingsplannen voor hun werkgebied op papier te zetten. Deze afspraken worden de komende tijd in de regio’s verder besproken en uitgewerkt, zo is de bedoeling.

Voorzitter Viejou reageerde enthousiast op de opbrengsten van de middag: “Als je ziet wie er vandaag allemaal waren - vanuit koepelorganisaties, ministeries, onderwijs en de jeugdhulp - dan kan je alleen maar blij zijn. Als we dan ook nog eens in ogenschouw nemen hoe serieus en vol passie er gediscussieerd werd en dat vandaag heeft opgeleverd dat we vinden dat we echt iets in gezamenlijkheid moeten, dan kunnen we alleen maar heel tevreden zijn.”

‘Waarschuwing’

Viejou had ook nog een ‘waarschuwing’ voor de aanwezigen: “Van alle regionale plannen en initiatieven voor samenwerking die jullie vandaag op papier hebben gezet, maken we een foto. Die nemen we mee en printen we uit. Daar gaan we jullie de komende tijd echt aan houden…”