Nieuws Expertise

Gids met laatste inzichten over diagnostiek en behandeling bij ADHD

Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam (Carlijn Bergwerff, Marleen Bink en hoogleraar Jaap Oosterlaan) hebben in samenwerking met een aantal onderzoekers van andere universiteiten een gids gepubliceerd met daarin de meest recente wetenschappelijke inzichten over diagnostiek en behandeling bij ADHD. Deze gids, “ADHD, een update”, is bedoeld voor zowel zorgverleners als degenen die vanuit de gemeenten betrokken zijn bij de inkoop van zorg. Dinsdag 22 september wordt de gids gelanceerd op de jaarlijkse GGZ Kennisdag.

ADHD is inmiddels een bekend fenomeen in de samenleving, ook omdat het een stoornis is die veel voorkomt onder kinderen en jongeren. Er wordt veel onderzoek naar ADHD gedaan, maar in de praktijk blijkt regelmatig onduidelijkheid te bestaan over de effectiviteit van behandelingen voor ADHD. Bij zorginstellingen is ADHD-problematiek de meest voorkomende reden van verwijzing. Door de transitie van de jeugdzorg zijn gemeenten vanaf 2015 medeverantwoordelijk voor het inkopen van zorg voor kinderen en jeugdigen met ADHD. Het is daarom belangrijk dat gemeenten kort en krachtig geïnformeerd worden over de methoden voor de diagnostiek en behandeling van ADHD, zodat zij de juiste zorg kunnen inkopen.

Ondanks de vraag naar evidence-based methoden voor de diagnostiek en behandeling van ADHD, merken de onderzoekers dat recente wetenschappelijke inzichten met betrekking tot ADHD vaak moeizaam de weg vinden naar de klinische praktijk. Door vraaggericht samen te werken met clinici, is deze gids tot stand gekomen. In “ADHD, een update” vatten verschillende onderzoekers (Jaap Oosterlaan vanuit de VU, prof. dr. Pieter Hoekstra en dr. Barbara van den Hoofdakker vanuit het UMCG en Accare Kinder- en Jeugdpsychiatrie, prof. dr. Chijs van Nieuwhuizen vanuit de Universiteit van Tilburg Tranzo en GGZ Eindhoven en prof. dr. Saskia van der Oord vanuit de Universiteit van Amsterdam) de meest recente inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek op het gebied van ADHD samen. Ook presenteren de wetenschappers de resultaten van enkele recente effectiviteitsstudies die in Nederland zijn uitgevoerd. De theorie wordt afgewisseld met tien interviews van betrokkenen bij de zorg rondom ADHD (van een verpleegkundig specialist tot een psycholoog en van een jongere met ADHD tot een onderzoeker naar ADHD-interventies).

Neurofeedback niet eerste keuze
De wetenschappelijke inzichten in de gids zijn belangrijk voor de praktijk. Een voorbeeld van een klinisch relevant inzicht is dat een innovatieve behandeling van ADHD met neurofeedback geen overtuigende verbeteringen oplevert, zoals blijkt uit recent afgerond onderzoek aan de VU en de Universiteit van Tilburg. Door de intensiteit van de behandeling en het gebrek aan meerwaarde op de gebruikelijke zorg, wordt neurofeedback op dit moment daarom niet aangeraden als eerste keuze in de behandeling voor ADHD. Aan de hand van de belangrijkste inzichten uit de gids hebben de wetenschappers tien gouden regels voor diagnostiek en behandeling geformuleerd.  

De gids is tot stand gekomen als samenwerking tussen clinici en wetenschappers. Deze gids is mogelijk gemaakt door de Verspreidings- en Implementatie Impuls ADHD van ZonMw.

ADHD Een update.pdf