Nieuws Arbeidstoeleiding

Evaluatie BORIS

In opdracht van OCW heeft bureau KBA het project BORIS geevalueerd.  Het project BORIS startte in 2010 met een pilot in het vso en is in 2013 uitgebreid met een pilot in het Praktijkonderwijs. Het project eindigt in augustus 2016.

Dat is voor het ministerie van OCW reden geweest om het project te laten evalueren aan de hand van de volgende vragen: In welke mate is de implementatie van Boris in het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs geslaagd en draagt deze bij aan het rendement van de scholen in de uitstroom naar duurzame arbeid? Op welke wijze kan de Boris-methode structureel geborgd worden?

De belangrijkste conclusies en het antwoord op de toekomst vraag hebben we samengevat in een bijlage. Het volledige rapport hebben we ook als bijlage toegevoegd.

Voorbereiding in de school
Dit onderdeel van Boris heeft voor het praktijkonderwijs weinig meerwaarde. Men geeft aan de oriëntatie goed zelf te kunnen organiseren en de beschikbare instrumenten zijn talrijk en voldoende. Voor vso-scholen die voorheen weinig leerlingen naar werk toeleiden kunnen de Boris-onderdelen voor de voorbereiding in school een meerwaarde hebben. Scholen met al meer ervaring hadden deze fase al eerder op orde en zien daarom weinig toegevoegde waarde.

Maatwerktraject werkend leren
Het op maat van leerling en leerbedrijf toepassen van werkprocessen in de stage heeft een duidelijke toegevoegde waarde voor het vso en ook het praktijkonderwijs. Scholen die er gebruik van maken zijn positief, evenals de stagebedrijven. Behalve het aspect van certificering (zie hierna) wordt vooral de toegevoegde waarde voor de inhoud en structuur van de stage als pluspunt genoemd. Voor het vso geldt als beperking dat de tijdsinvestering, die het vraagt om met de aanpak van werkprocessen te kunnen werken, soms groot is in verhouding tot het aantal leerlingen met een profiel arbeid.

Praktijkverklaring
Het kunnen behalen van een of meer praktijkverklaringen wordt door de scholen als een belangrijke meerwaarde van de Boris-methode beschouwd. Scholen zien de praktijkverklaring als een belangrijk instrument (naast andere vormen van certificering) om de arbeidsmarktkansen van de leerling te vergroten. Daarnaast heeft de certificering het effect van beloning en waardering, wat voor leerling, ouders, school en leerbedrijf van waarde is.

Erkende leerbedrijven
Scholen voor praktijkonderwijs hebben een eigen netwerk van stagebedrijven. De uitbreiding van het aantal stagebedrijven met leerbedrijven uit het bestand van SBB is geen doel voor deelname aan Boris. De erkenning is wel van belang voor het kunnen afgeven van praktijkverklaringen. Meer dan in het praktijkonderwijs speelt voor vso-scholen de mogelijkheid om nieuwe stagebedrijven te werven via het bestand en de bemiddeling van SBB. De ervaringen hiermee in het project zijn tot nu toe over het algemeen niet positief.

Toekomst
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat de werkwijze met werkprocessen en praktijkverklaringen zeker meerwaarde heeft voor het praktijkonderwijs en vso. Tegelijkertijd zijn een aantal punten benoemd die voor de realisatie in de toekomst voorwaardelijk zijn. Zie daarvoor de samenvatting.

Rapport_Evaluatie_ Boris brengt je bij een baan (003).pdf

Samenvatting conclusies rapportage BORIS.docx