Nieuws Onderwijskwaliteit

Hoe Integratiemodel en KSO elkaar versterken

Dagelijks krijgt Henk Fibbe, van het Fibbe Studie Centrum voor Leerontwikkeling kinderen en jongeren in Haarlem te maken met vragen over de pedagogische aanpak op scholen. Vaak komt hij daarbij situaties tegen die vragen om een gerichte aanpak. Op reguliere scholen voor basis en voortgezet onderwijs, maar ook op scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Om die problemen aan te pakken maakt hij gebruik van het door hemzelf ontwikkelde Integratiemodel. In combinatie met de door LECSO ontwikkelde Kwaliteitsnorm Speciaal Onderwijs (KSO).

Karlieneke Speijers, adviseur bij Fibbe Studiecentrum en adjunct-directeur bij SBO De Evenaar in Nieuwegein zag de mogelijkheden om beide modellen met elkaar te verbinden. "De Kwaliteitsnorm Speciaal Onderwijs kan helpen om een goed overzicht te krijgen van het pedagogisch handelen binnen een school. Eerst deden we dat meer intuïtief, maar door de kwaliteitsnorm te gebruiken is het nu veel duidelijker."

Grip krijgen
Henk Fibbe: "Het Integratiemodel helpt scholen om grip te krijgen op hun pedagogische aanpak. Waardoor de ontwikkeling van leerlingen wordt versterkt en de leerdoelen worden gehaald."
Werken met het Integratiemodel bestaat uit drie fases: diagnostiekfase, ontwerpfase en projectfase. In de diagnostiekfase brengen de sleutelfiguren van de school de sterke en zwakke kanten van de pedagogische aanpak in beeld. De aandachtsgebieden die daarbij behandeld worden overlappen de zes domeinen van de KSO: Beleid, Organisatie, Primair proces, Mensen, Partners en Reflectie.
Nadat in de diagnostiekfase de bestaande situatie is beschreven, wordt er in de ontwerpfase een plan gemaakt welke onderdelen van de pedagogische aanpak verbeterd worden. Tot slot vindt in de projectfase de verdere uitwerking en implementatie plaats.

Dagelijkse praktijk
Karlieneke Speijers: "In feite brengt het Integratiemodel de dagelijkse praktijk in kaart. De sterke en zwakke punten van de pedagogische aanpak. Wat werkt wel en wat niet. Terwijl KSO de norm stelt waar school, management en team aan moeten voldoen. Het Integratiemodel is vooral intern gericht, bij de KSO worden ook externe factoren in beeld gebracht."

"In de diagnostische fase kijk je hoe de school ervoor staat, met behulp van vragenlijsten en interviews. Ook observeren we in de groep. Zie je op de werkvloer terug wat er in de papieren staat? We kijken vooral naar het primaire proces, maar bijvoorbeeld ook naar de aanname van personeel. Op al deze punten is er een duidelijke connectie met de domeinen van de KSO."

Pleisters plakken
Henk vult haar aan: "Soms worden wij een school binnengehaald voor een klas die 'niet handelbaar is.' Dan is bijvoorbeeld niet duidelijk wat men van leerlingen kan vragen. Ze worden overvraagd of juist te weinig pedagogisch uitgedaagd. Dan zie je andere dingen in de klas gebeuren dan dat er in de beleidsplannen staat."

"We zien nog te vaak dat scholen bezig zijn met pleisters plakken. Maar dat het echte probleem niet wordt aangepakt. En juist daarvoor gebruiken wij het Integratiemodel in samenhang met de Kwaliteitsnorm. Om te komen tot een structurele oplossing. Want op de lange duur helpt pleisters plakken niet."

 

De Kwaliteitsnorm Speciaal Onderwijs is door het veld zelf ontwikkeld om meer structuur te brengen in het managementsysteem en dus de dagelijkse gang van zaken op een de school. Het helpt directie en team om overzicht en grip te krijgen op de eigen schoolsituatie en -processen. Maar steeds vaker wordt de KSO ook gebruikt om andere processen te stroomlijnen (zie dit artikel) of in combinatie met andere modellen zodat deze elkaar versterken.

Informatie over Fibbe Studie Centrum Leerontwikkeling en het Integratiemodel vindt u hier.