Nieuws Onderwijskwaliteit

Inspectie positief over de kwaliteit van het (voortgezet) speciaal onderwijs

De Staat van het Onderwijs 2018, de jaarlijkse rapportage over de bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs is op 11 april verschenen. De Inspectie is kritisch over de ontwikkeling van het onderwijs in Nederland. De kwaliteit neemt jaarlijks beetje bij beetje af. Daarentegen is de Inspecitie over het algemeen positief over de kwaliteit van het speciaal onderwijs.

Allereerst schetst de Inspectie daarin een aantal hoofdbevindingen:

  • De prestaties van leerlingen in het funderend onderwijs zijn gelijk gebleven of nemen af. Het betreft langetermijndalingen op meerdere vakgebieden. Nederland raakt daarbij internationaal achterop.
  • Burgerschapskennis en -houdingen van Nederlandse middelbare scholieren zijn laag en blijven achter bij die van leerlingen in landen om ons heen.
  • Nederlanders zijn relatief hoog opgeleid. Een aanzienlijk deel heeft een diploma in het hoger onderwijs maar daarin zien we geen stijging meer. Het niveau van diploma’s stijgt alleen nog in vmbo en mbo.
  • In vergelijking met andere Europese landen zijn in Nederland zeer weinig jongeren werkloos.
  • Ongelijke kansen, segmentatie en segregatie zijn een hardnekkig fenomeen. De vele activiteiten die op dit gebied plaatsvinden vertalen zich nog niet in verbeteringen hierin. 

Vervolgens worden de bevindingen per sector beschreven. De Inspectie schetst daarbij over het algemeen een positief beeld van het (voortgezet) speciaal onderwijs. Enkele bevindingen:

  • De kwaliteit neemt toe. Inmiddels heeft 96,5 % van de scholen een basisarrangement en neemt het aantal goede en excellente scholen toe.
  • Het veiligheidsbeleid is op orde en er is sprake van een goed pedagogisch klimaat.
  • Verbeterde tot goede resultaten (o.a. op het gebied van rekenen, toename van staatsexamens).
  • Meeste lessen van voldoende tot goede kwaliteit.

Opgemerkt wordt dat besturen met scholen van verschillende onderwijssectoren de kwaliteit van de (v)so scholen minder in beeld lijken te hebben.

Een aantal interessante/opvallende kwalitatieve gegevens:

  • Steeds meer leerlingen zitten in het profiel vervolgonderwijs (47%).
  • Gemiddelde instroomleeftijd so: iets onder de zeven jaar, vso veelal 12-13 jaar.
  • 2.233 jongeren in gesloten jeugdzorg. Gemiddelde verblijfsduur 7,6 maanden (deze neemt af). 11 % verblijft korter dan een maand.
  • 353 jongeren in Justitiële JeugdInrichtingen. Verblijfsduur bij 77% korter dan 3 maanden.
  • Leerlingen uit het speciaal onderwijs gaan minder vaak terug naar het regulier onderwijs. Scholen voor speciaal onderwijs krijgen meer leerlingen binnen uit het regulier en speciaal basisonderwijs.

Uiteraard zijn er ook nog aspecten die aandacht behoeven zoals:

  • Meer systematisch aanbod voor leergebied-overstijgende vaardigheden en specifieke ondersteuning om te leren omgaan met beperkingen die de leerlingen ervaren.
  • Betere verzuimregistratie en -melding
  • Breder aanbod en examinering om een volledig diploma mogelijk te maken.

Ten slotte constateert de Inspectie met enige zorg het oplopend lerarentekort, de complexe ketensamenwerking die wordt gevraagd om leerlingen daadwerkelijk te laten participeren na het verlaten van het vso en de grote verschillen die ontstaan tussen samenwerkingsverbanden in het ondersteuningsaanbod voor leerlingen met overeenkomstige (meervoudige) handicaps.

Lees hier het hoofdstuk over speciaal onderwijs. (pag. 115-141). Het hoofdstuk en de infographic Speciaal Onderwijs zijn ook als bijlage toegevoegd

108126_IvhO_StaatvanhetOnderwijs_TG_4+Speciaal+onderwijs.pdf

DSVHO_SECTOR-3_SO_DEF-TT.pdf