Nieuws Passend Onderwijs

Samen in de klas: goed idee, maar praktijk is weerbarstig

Leerlingen in het speciaal onderwijs moeten zoveel mogelijk mixen met kinderen op reguliere scholen. Na vier jaar wordt gekeken of de speciale school dicht kan. Deskundigen zien haken en ogen.

[Op donderdag 31 mei verscheen onderstaand artikel in het AD en enkele kopbladen. Auteur: Ellen van Gaalen]

De 13-jarige Lara zit in een klas van het speciaal basisonderwijs (sbo). Toch voelt het niet alsof ze op een speciale school zit. Lara gaat naar brede school Het Anker waar leerlingen uit het speciaal basisonderwijs en de reguliere klassen door elkaar zitten. Ze speelt samen met de reguliere groepen 8 buiten, volgt de rekenlessen met die leerlingen. ,,Ik ben goed in rekenen, dus het is cool dat ik mag meedoen. Dan leer ik gelijk nieuwe mensen kennen'', vertelt ze.

Haar vaste rekenmaatje uit de reguliere groep 8 zit naast haar: de 12-jarige Davinia. De twee zijn vriendinnen geworden. Wat ze vooral samen doen? ,,Lachen, veel lachen. En ook nog wat opdrachten. Ik leer ook van Lara, hoor'', zegt Davinia grinnikend. Lara: ,,Echt? Hoe je snel van onderwerp kunt veranderen zeker?'' Davinia (opnieuw lachend): ,,Ja, dat zeker!''

Kilometerslange ritten
In Wijk bij Duurstede is het uitgangspunt dat kinderen zo dicht mogelijk bij huis naar school moeten kunnen, zodat ze geen kilometerslange ritten in een busje hoeven af te leggen naar het speciaal onderwijs. ,,Deze kinderen horen erbij, moeten met kinderen van school kunnen spelen in de buurt waar ze wonen'', stelt Freerik Meeuwes, bestuurder van de Stichting Gewoon Speciaal.

Het is het begin van passend onderwijs zoals de overheid dat voor ogen heeft: zoveel mogelijk leerlingen dichtbij huis op reguliere scholen met passende ondersteuning. Tot dusver komt het lastig van de grond. Leraren ervaren een groeiende werkdruk, zeggen de expertise niet in huis te hebben om al die 'zorgleerlingen' op te vangen en vinden dat ze te weinig aandacht kunnen besteden aan alle leerlingen.

Hoge drempel
Om passend onderwijs een stap verder te helpen, start in het volgende schooljaar een experiment. Meer leerlingen van het speciaal onderwijs moeten in klassen van het 'lichtere' speciaal basisonderwijs (sbo, een tussenvorm tussen regulier en speciaal onderwijs) komen. En vanuit het voortgezet speciaal onderwijs moeten meer scholieren op reguliere middelbare scholen worden ondergebracht. De scholen krijgen vier jaar de tijd om te leren wat er nodig is om het speciaal en reguliere onderwijs te mengen.

Toch kleeft er een groot nadeel aan het experiment, vinden de scholen: ze moeten na vier jaar óf de stekker uit het speciaal onderwijs trekken of weer teruggaan naar de situatie van nu. ,,De drempel om mee te doen is groot, want de uitkomst staat al vast'', stelt Wim Ludeke, voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum Speciaal Onderwijs (LECSO). ,,Hoe kan je nu al zeggen dat je scholen opheft als je niet weet waar je straks tegenaan loopt? Dit riekt naar het oppoetsen van de statistieken, want zo daalt het aantal kinderen in het speciaal onderwijs en het wordt ook goedkoper. Maar we horen niet hoe het met die leerlingen gaat.''

Gewoon Speciaal
Hoewel de Stichting Gewoon Speciaal hard werkt om meer leerlingen op reguliere scholen te behouden, ervaart ook zij een grote drempel. ,,Straks zegt een school: oké, we doen het, en dan lopen alle andere ouders weg omdat ze vinden dat de kinderen met zorgbehoeftes te veel tijd opslokken'', verklaart Meeuwes. Het experiment zou juist ruimte moeten bieden om uit te zoeken hoe leerlingen met alle achtergronden kunnen mengen in nieuwe klassen, vindt hij. ,,We verwijzen al tientallen jaren kinderen door naar het speciaal onderwijs. Je kunt niet verwachten dat diezelfde kinderen nu ineens wél in reguliere klassen kunnen blijven. Als we hadden geweten hoe dat moet, hadden we dat allang gedaan.''

Volgens het ministerie van Onderwijs is dit experiment juist bedoeld om uit te zoeken waar scholen tegenaan lopen als ze meer leerlingen willen mengen. Maar uiteindelijk is het ook de bedoeling dat de scholen fuseren. Volgens OCW is het geen bezuinigingsmaatregel, maar moeten de leerlingen onder één school en één bestuur vallen zodat de Onderwijsinspectie goed toezicht kan houden.

Hoewel Het Anker al veel doet zonder de proef zou deze school ook meer willen. ,,De kinderen moeten in een sbo-stamklas zitten. Als we dat niet willen, moeten we het sbo opheffen en alle leerlingen overhevelen naar de reguliere klassen. Maar wat als de leraar dan zegt: dit kind is te moeilijk, dit kan ik niet aan. Waar gaat die leerling dan heen? Ik durf dat risico nu nog niet te nemen'', legt Meeuwes uit.

Lichamelijke beperking
Ondanks alle moeilijkheden bouwt Het Anker verder. ,,We hebben laatst een meisje terug in de klas gekregen dat al langere tijd thuis zat. En we kregen nu ook een aanvraag voor een leerling van het speciaal onderwijs met een lichamelijke beperking. We gaan kijken of we die kinderen ook een plekje kunnen geven'', vertelt directeur Inge Westerveld. Want één ding telt hier: voor de kinderen is deze mengelmoes van grote waarde. Lara kan dat onderschrijven. ,,Het voelt anders hier. Op mijn oude sbo-school kon ik niet focussen op mijn werk. Ik gooide mijn schriftje terug in de mand zonder dat ik iets had opgeschreven. Hier gaat het veel beter.''