Nieuws Onderwijs en Zorg

LECSO Taakgroep Onderwijs bij Gesloten Jeugdinstellingen (OGJ)

We hebben in Nederland momenteel nog 7 justitiële jeugdinrichtingen (JJI) en 5 zorggebieden met in totaal 22 JeugdzorgPlus locaties. Op alle locaties is een vso-school verantwoordelijk voor het onderwijs. De directeuren van deze scholen vormen samen de Taakgroep OGJ van LECSO.

De afgelopen 4 jaar is door deze zeer specialistische vso-scholen in samenwerking met de instellingen hard gewerkt aan de uitvoering van de adviezen van de commissie ‘verbetermogelijkheden onderwijs in geslotenheid’ beter bekend als de commissie Nijhuis.

Doelstelling was om het perspectief van de jongere centraal te stellen en een integraal en doorlopend dagprogramma te ontwikkelen waardoor maatwerk mogelijk werd. Om dit te realiseren kwam er extra financiering vanuit OCW en was een gedeelde visie, commitment van de verantwoordelijke bestuurders en ruimte voor de professionals noodzakelijk. De projectgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de betrokken ministeries, Jeugdzorg Nederland en LECSO ondersteunde deze transformatie door de dialoog te stimuleren, visiebijeenkomsten en expertmeetings te organiseren, interviews te houden en adviezen te geven.
Deze werkwijze kon op veel steun rekenen van de sector en opdrachtgevers (ministeries van OCW, VWS en JenV) en dat resulteerde in een nieuwe opdracht.

Onderwijs binnen kleinschalige voorzieningen?
De decentralisatie van de Jeugdzorg en de ontwikkelingen binnen Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) maken dat de gesloten jeugdinstellingen zich oriënteren op en experimenteren met alternatieven voor geslotenheid. Zo heeft DJI in samenwerking met een aantal JJI’s proeftuinen uitgevoerd en kiezen steeds meer jeugdzorgaanbieders voor kleinschalige voorzieningen in plaats van de opvang en behandeling van jongeren in JeugdzorgPlus instellingen (zie plan ‘Best passende zorg voor kwetsbare jongeren’ maart 2019).

Deze beweging naar kleinschaligheid wordt door de gemeenten omarmd omdat jongeren op die manier dichterbij huis behandeld kunnen worden en mogelijk gemakkelijker kunnen resocialiseren omdat de binding met de omgeving (thuis-school-werk) niet helemaal is afgesneden of gemakkelijker kan worden hersteld na een lange periode van gesloten behandeling.

Doorlopend en integraal dagprogramma
Bij deze ombouw naar kleinschaligheid wordt echter een belangrijk aspect over het hoofd gezien. Hoe ziet het doorlopende en integrale dagprogramma voor deze jongeren er dan uit?
Het onderwijs binnen dit dagprogramma laat zich niet zo gemakkelijk decentraliseren omdat het aanbod afhankelijk is van enige schaalgrootte. De meeste scholen hebben een aanbod gerealiseerd voor jongeren in de leeftijd van 12 tot 20 of zelfs 24 jaar, op alle mogelijke onderwijsniveaus van VO tot en met MBO.
Voor een transitie naar kleinschaligheid zal er een intensieve samenwerking met het regionale onderwijsveld moeten komen. Hoe organiseren we dat en hoe zorgen we voor behoud van kennis en expertise die de vso-scholen verbonden aan de instellingen hebben opgebouwd?

Uitzonderingspositie
Het onderwijs in de gesloten jeugdinstellingen geniet vooralsnog een uitzonderingspositie binnen de wet op passend onderwijs. Zo worden deze vso-scholen door het rijk gefinancierd op basis van plaatsbekostiging. Is daar bij een decentralisatie naar kleinschalige voorzieningen nog sprake van? Hoe zou dat dan moeten worden geregeld?
De projectgroep ‘Onderwijs bij gesloten instellingen’ gaat samen met de Taakgroep OGJ, samenwerkingsverbanden VO, VO-raad, MBO-raad en inspectie van het onderwijs op zoek naar antwoorden op deze vragen. De komende maanden worden een aantal kleinschalige voorzieningen geïnterviewd, expertmeetings belegd en formuleren we in afstemming met het project ‘best passende zorg voor kwetsbare jongeren’ een eindadvies.

Wilt u reageren? Stuur een mail aan info@lecso.nl, ter attentie van Joost van Caam, projectleider Taakgroep OGJ

Kleinschaligheid
De beweging naar meer kleinschaligheid maakt het organiseren van deze kennisdeling tot een uitdaging. Bij kleinschaligheid zal de sector meer versnipperd zijn waardoor een bundeling van kennis moeilijker wordt.

Naast professionalisering en vakmanschap bleek de afgelopen 4 jaar de aansluiting op de vervolgplek de grootste uitdaging. Om de aansluiting op de vervolgplek goed te laten verlopen moet het perspectief van de jongere daadwerkelijk centraal komen te staan. Dit moet vanuit een gezamenlijke opdracht gebeuren. Alle partijen (de school in geslotenheid, het samenwerkingsverband, de ontvangende school en de gemeente) moeten hiervoor de verantwoordelijkheid nemen. Verbindingen aanleggen en onderhouden is hierbij een noodzaak. Hier zou de beweging naar kleinschaligheid in de regio, gemeente of samenwerkingsverband (waar de jongere vandaan komt) een bijdrage aan kunnen leveren.

Om continuïteit in het onderwijs voor deze jongeren te borgen, moeten scholen, onderwijsinstellingen en samenwerkingsverbanden van herkomst niet ontkoppeld worden van deze jongeren. Zij zouden verplicht met de jongere een plan voor terugkeer moeten maken. Wat bovenal nodig is, is dat er regie genomen wordt, liefst door een partij die duurzaam betrokken blijft bij de jongere.  

Onderzoek
De Projectgroep gaat een onderzoek doen bij reeds gestarte kleinschalige voorzieningen. We gaan op zoek naar successen en lessons learned. Daarnaast voert de projectgroep gesprekken (expertmeetings) met SWV-en, Inspectie, VO-raad, MBO-Raad, de taakgroep OGJ en tot slot Stroomop (projectteam zorgcoalitie ‘best passende zorg voor kwetsbare jongeren’

Onderzoeksvragen:

  • Naast kleinschalige gesloten jeugdhulp wordt het hulpverleningstraject in geslotenheid ook korter. Welke gevolgen heeft dat voor het onderwijs in geslotenheid? Hoe kan het onderwijs in geslotenheid dan het beste worden georganiseerd?
  • Hoe vindt samenwerking plaats met de gemeente (leerplicht) en het samenwerkingsverband passend onderwijs opdat de jongere na geslotenheid snel en tijdig een passende plek in het onderwijs krijgt?
  • Hoe geven we inhoud en ruimte aan professionalisering? Ook bij de beweging naar kleinschaligheid?

Werkwijze
Binnen de JJI’s is op verschillende plekken geëxperimenteerd met kleinschalige voorzieningen en de diverse jeugdzorgplus instellingen zijn recent gestart met vormen van meer kleinschaligheid. Soms intramuraal door met kleinere groepen en met meer personeel te werken en soms door het verplaatsen van kwetsbare groepen buiten de instelling.