Nieuws Algemeen

Standpunt LECSO mbt onderwijsactie 6 november

Het zal niemand ontgaan zijn dat we de afgelopen dagen rond het thema Onderwijsactie op 6 november de nodige turbulentie hebben gezien. Leken werkgevers- en werknemersorganisaties op vrijdag 1 november met minister Slob tot een akkoord te zijn gekomen over extra geld voor het onderwijs, de dagen daarna was de euforie daarover totaal gekanteld. We hebben het allemaal kunnen volgen: op basis van de toegezegde 460 miljoen (laten we eerlijk zijn: een fors bedrag) blies de Aob naar later bleek éénzijdig en zonder een mandaat van het eigen bestuur de staking voor 6 november af.

Zeer stevige kritiek op het akkoord vanaf de werkvloer deed de Aob op zondag weer terugkeren op dat besluit: de staking zou toch doorgaan en en passant betekende dat ook het einde van de carrière van hun voorzitter, tevens onderhandelaar. Dat CNV-Onderwijs, al enige tijd de weg kwijt, deze draai direct volgde mag inmiddels geen verrassing meer heten.

Een signaal: pagina-grote advertentie
Op initiatief van ons lid De Onderwijsspecialisten, één van onze grotere besturen, kwam het voorstel om ook als speciaal onderwijs een signaal af te geven op 6 november. Het middel daartoe: het plaatsen van een pagina-grote advertentie in een landelijk ochtendblad, waarin melding gemaakt wordt dat ook het speciaal onderwijs zich zorgen maakt over het tekort aan structureel geld om de kwaliteit van het onderwijs op een verantwoord peil te kunnen houden. Dit initiatief werd ter ondersteuning voorgelegd aan het LECSO-bestuur, dat daar positief op reageerde.

Vervolgens zijn alle leden van LECSO gevraagd of zij de behoefte hadden om deze actie te ondersteunen en in de anderhalve dag die nog restte tot de deadline, meldden zich 50 besturen en scholen met een positief antwoord op die vraag. Het logo van de deelnemende scholen en besturen zou dan bij de advertentie geplaatst worden. Door de veranderde situatie na vrijdag 1 november is de tekst van de advertentie weliswaar aangepast, maar is er niet getornd aan de boodschap.

Geen oplossing voor lange termijn
Die boodschap is dat ook het speciaal onderwijs zich zorgen maakt over de financiering van het onderwijs. De 460 miljoen is geen structureel geld, voor de lange termijn biedt het geen oplossing, óók niet voor het speciaal onderwijs. Natuurlijk zijn wij blij met het geld dat er gaat komen en al helemaal blij met het enige structurele deel in de toezeggingen, de 16,5 miljoen voor de leerkrachten die in het vso diplomagericht onderwijs lesgeven. Maar net als onze collega’s in het regulier onderwijs zijn wij van mening dat met dit incidenteel geld de problemen van b.v. de ongelijkheid in betaling tussen het basis- en voortgezet onderwijs, van b.v. het verschil in beloning tussen onderwijsgevend- en onderwijsondersteunend personeel en van b.v. het lerarentekort niet worden opgelost. In die zin hebben wij een signaal af willen geven solidair te zijn met alle onderwijscollega’s in het land.
 
Structureel geld voor leerkrachten in het diplomagericht vso
We schreven het al: in de hoeveelheid aan incidentele middelen, sprong er één toezegging uit: structureel 16,5 miljoen voor de vso-leerkrachten die met diplomagerichte leerlingen werken. Het is goed dat we hier een toelichting op geven. Allereerst grote waardering voor de PO-Raad, die als belangenbehartiger van ook het speciaal onderwijs, ons signaal ten tijde van de invlechting vso-vo voortvarend oppakte en zich hard gemaakt heeft voor extra geld.

De invlechting? Ja, daar ligt de oorsprong. Nog even terug naar die tijd, zo rond 2015. Er startte toen een traject ‘invlechting’: op welke wijze zou het vso opgenomen kunnen worden binnen de wet vo. De basis van die vraag werd gevormd door die vso-scholen die arbeidsmarkt- en diplomagericht onderwijs aanboden.

Knelpunten
Zij constateerden diverse knelpunten die het verschil tussen vso en vo onnodig groot maakten: niet kunnen beschikken over vaklokalen, andere roosters, en, daar is íe, onderscheid in betaling tussen een vso-leerkracht en een vo-leerkracht, terwijl beiden diploma-gericht opleidden. In 2018 werd het invlechtingstraject definitief afgeblazen: er zouden te veel wettelijke haken en ogen aanzitten, het zou te kostbaar zijn en er werden vragen gesteld over de meerwaarde van bijvoorbeeld EMB-leerlingen onderbrengen in de wet VO. Wél werd afgesproken de knelpunten tussen het vso-diplomagericht en vo nog eens extra te onderzoeken om te bezien of die knelpunten dan ook opgelost konden worden.

35 miljoen
Onder invloed van het stijgend lerarentekort werd de roep om gelijke betaling tussen vo-leerkrachten en diplomagerichte vso-leerkrachten de laatste jaren steeds groter: vso-scholen gaven aan geen eerste- of tweedegraads leerkrachten meer te kunnen krijgen vanwege dat verschil in betaling. Vervolgens is daar door OCW een berekening op los gelaten: hoeveel zou het kosten om betreffende leerkrachten gelijk te belonen als hun vo-collega’s? Die berekening kwam uit op structureel 35 miljoen. (zie punt 7 in bijgevoegde 'Antwoord op Kamervragen)

Gedurende de onderhandelingen constateerde de PO-Raad dat het niet alleen moeilijk zou worden om hier extra geld voor te krijgen, maar als dat al zou lukken, er niet meer dan 16,5 miljoen beschikbaar leek te zijn. En dat is het dus ook geworden. We hebben hier dus gemengde gevoelens over: de LECSO-insteek is steeds 35 miljoen geweest, ondanks alle inspanningen van de PO-Raad is het minder dan de helft geworden.

Sterk maken voor dekkende vergoeding
Samen met de PO-Raad zullen we ons sterk blijven maken voor een dekkende vergoeding, vooralsnog is dit waar we het mee moeten doen, waarin het ook nog eens hele opgave wordt om dit op een juiste wijze en op de juiste plaats te laten landen. We worden niet vrolijk van het in het convenant gegeven advies dat ieder schoolbestuur dat maar met de vakbonden moet uitonderhandelen. Daarnaast is een wezenlijke uitdaging hoe je gaat vaststellen wie nu binnen je school voor die verhoging in aanmerking komt, zeker op de wat kleinere scholen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met het salaris van een vso-leerkracht die besluit na enige tijd te switchen van diplomagericht naar niet-diplomagericht?  Nog veel vragen dus en dat alles met eigenlijk te weinig geld. Ook hieraan zullen we samen met jullie én de PO-raad naar oplossingen gaan zoeken.

Antwoord op Kamervragen van het lid Van den Hul over de wachtlijsten bij het speciaal onderwijs.docx