Nieuws Algemeen

Nieuw CAO primair (en dus speciaal) onderwijs akkoord

Op 12 december kwam dan eindelijk het akkoord waar vele medewerkers in het (speciaal) onderwijs op zaten te wachten. Met medewerking van bemiddelaar Mariëtte Hamer kwamen de vakbonden en de PO-raad tot een overeenstemming die binnen de gegeven mogelijkheden een mooi resultaat oplevert. Maar wat betekent het akkoord nu precies voor de medewerkers in het (voortgezet) speciaal onderwijs?

Allereerst: de loonsverhoging van 4,5% en de eenmalige uitkeringen (€875 naar rato van de werktijdfactor en 33% extra over het maandloon van januari), geldt voor alle medewerkers in het primair en daarmee gespecialiseerd onderwijs, evenals de middelen voor de professionalisering en items over de normalisering van de rechtspositie van de ambtenaren en de wet arbeidsmarkt in balans en de overige maatregelen.

Mocht je je afvragen waarom de loonsverhoging nu ineens naar 4,5 % gegaan is terwijl het bij het afbreken van de eerdere overleggen nog ging om een verhoging van 3 of 4%, dan heeft dit met name te maken met de doorlooptijd van de cao. In de eerdere overleggen ging het steeds over een cao die liep tot 1 juli 2020, nu is de looptijd verlengd tot 1 november 2020. Hierdoor kon ook de volledige beschikbare loonruimte voor 2020 in worden gezet, waardoor een ruimere loonsverhoging mogelijk werd.

Interessant is natuurlijk hoe het zit met de beloning voor schooldirecteuren, adjunct-directeuren en onderwijsondersteunend personeel en niet te vergeten de al eerder afgesproken structurele 16,5 miljoen extra voor het diplomagerichte vso.

Allereerst de beloning van schooldirecteuren en onderwijsondersteunend personeel. In tegenstelling tot de vorige cao, waarbij alle leerkrachten een functieverhoging met bijpassend salaris kregen, is er nu voor gekozen de keuze aan het schoolbestuur te laten, die hierover afstemming moet hebben met medewerkers en medezeggenschapsraden. Deze afspraken dienen op 1 augustus 2020 gereed te zijn. Dit betekent een herwaardering op de functies van (adjunct)directeuren en het onderwijsondersteunend personeel; de kosten voor deze functies en herwaardering komen gewoon uit de indexatie van de lumpsum.

Echter: er is onvoldoende geld beschikbaar om alle functies aan te passen, de schoolbesturen zullen dus zelf aan de slag moeten met het maken van een plan voor deze aanpassingen. Door de PO-raad en de vakbonden zijn hiervoor een aantal voorbeeldfuncties beschreven. Die kunnen de schoolbesturen overnemen, maar zij kunnen ook zelf nieuwe functiebeschrijvingen maken. Het plan vraagt logischerwijs om de instemming van de medezeggenschap.

Voor de (adjunct)directeuren is een nieuw loongebouw gemaakt en zijn er nieuwe voorbeeldfuncties beschikbaar. De schoolbesturen kunnen dus zelf bepalen of zij de voorbeeldfuncties gebruiken of zelf bestaande of nieuwe functiebeschrijvingen maken. De nieuwe functiebeschrijvingen leiden tot nieuwe waardering en nieuwe inschaling. Deze moeten echter wel worden ingepast in het nieuwe loongebouw. Dit betekent niet automatisch dat alle directeuren en adjunct-directeuren ook een functieverhoging met een bijbehorende salarisverhoging krijgen. Dit is aan het schoolbestuur en in afstemming met de medewerkers en de medezeggenschap.

Voor het onderwijsondersteunend personeel ligt het nog wat anders. In het gespecialiseerd onderwijs (vso, so en sbo) zijn zoals we weten procentueel meer onderwijsondersteunende medewerkers werkzaam dan in het reguliere basisonderwijs. Ieder schoolbestuur krijgt echter naar verhouding evenveel middelen voor deze aanpassingen, hetgeen betekent dat het gespecialiseerd onderwijs naar verhouding minder middelen heeft om de functies van het onderwijsondersteunend personeel aan te passen. Hiervoor komt weliswaar een eenmalig extra bedrag beschikbaar voor de schoolbesturen, maar omdat het hier om eenmalig geld gaat, kan dit waarschijnlijk niet besteed worden aan structurele aanpassingen van deze functies. Over het totale bedrag dat voor deze aanpassingen beschikbaar komt hebben we als LECSO nog geen informatie.

Dan tot slot de 16,5 miljoen die beschikbaar komt voor het diplomagerichte vso. We hebben al eerder bericht dat dit bedrag onvoldoende is om de betrokken medewerkers dezelfde arbeidsvoorwaarden te geven als de collega’s in het reguliere voortgezet onderwijs. De PO-raad heeft daarom met de vakbonden afgesproken dat er een werkgroep wordt gevormd met deelnemers van werknemersorganisaties en werkgeversorganisatie en een afvaardiging van hun leden, om te onderzoeken op welke wijze deze extra middelen voor het diplomagerichte vso het beste besteed kunnen worden. Als LECSO zullen we hier ongetwijfeld ook bij betrokken worden en zullen we jullie op een later moment hierover nader informeren.

Al met al dus een akkoord met aardig wat verbeteringen, maar ook met nog de nodige zaken die verder moeten worden uitgewerkt. We houden jullie op de hoogte van de verdere ontwikkelingen. Het is nu eerst afwachten of alle achterbannen instemmen met dit akkoord.