Nieuws Onderwijs en Zorg

Leermogelijkheden verstandelijk beperkte jongeren flink onderschat

De potentie van jongeren met licht tot matig verstandelijke beperkingen wordt onvoldoende benut, zo blijkt uit het onderzoek ‘Perspectief op Ontwikkeling’. Veel van deze jongeren gaan na het voortgezet speciaal onderwijs (vso) naar (arbeidsmatige) dagbestedingsplekken. Uit een wetenschappelijke studie blijkt echter dat deze groep na hun achttiende nog lang niet is uitgeleerd en ‘uitontwikkeld’. Dit meldt de Reputatiegroep.

“Het is belangrijk dat zij de kans krijgen zich te blijven ontwikkelen. Uit het onderzoek blijkt dat deze jongeren veel meer potentie hebben dan vaak wordt gedacht. Als ze worden uitgedaagd, maken ze ook na hun 18e nog flinke stappen in zelfstandigheid op het gebied van wonen, werken en leren. Dat is positief voor hun zelfbeeld en kwaliteit van leven, maar ook voor de kwaliteit van leven van hun ouders, broers en zussen. Ook de maatschappij profiteert hiervan, bijvoorbeeld omdat ze door de toegenomen zelfstandigheid hun kwaliteiten meer in dienst kunnen stellen van de samenleving”, stelt hoofdonderzoeker Selle van der Woude.

Onderzoek

Het onderzoek ‘Perspectief op Ontwikkeling’ – mede mogelijk gemaakt door de ministeries van VWS, OCW en SZW – is uitgevoerd onder oud-studenten van Parc Spelderholt, waar jongeren met licht tot matig verstandelijke beperkingen een driejarig ontwikkelingstraject kunnen volgen. Annette Fritschy, directeur van Parc Spelderholt: “Nu wordt jaarlijks ruim 3.000 leerlingen het recht op passend vervolgonderwijs ontzegd. Er moeten meer opleidingen komen voor deze jongeren, die beter aansluiten op hun mogelijkheden.”

Scholing

Voor veel jongeren met licht tot matig verstandelijke beperkingen houdt hun scholing op wanneer zij rond hun achttiende levensjaar het voortgezet speciaal onderwijs (vso) verlaten. Afspraken tussen vso-scholen en aanbieders van dagbesteding zorgen ervoor dat er nauwelijks van deze route wordt afgeweken. Ook is er vrijwel geen aanbod van passende vervolgopleidingen, die aansluiten op de (on)mogelijkheden van deze doelgroep. De leidende gedachte is bovendien dat deze jongeren toch niet meer leerbaar zijn.

Nog lang niet uitontwikkeld

Het onderzoek toont echter het tegendeel aan: deze jongeren zijn nog lang niet uitontwikkeld wanneer zij het vso verlaten. In de volle breedte kunnen ze flink groeien als ze worden uitgedaagd en de juiste kansen krijgen. “Gezien het heersende beeld klinkt dit verrassend, maar het past bij de wetenschappelijke inzichten rondom de ontwikkeling van deze jongeren”, legt Van der Woude uit. “De ontwikkeling van jongeren met verstandelijke beperkingen verloopt trager dan de ontwikkeling van andere jongeren. Dat geldt ook voor hun zogeheten executieve functies, die heel bepalend zijn voor iemands zelfredzaamheid en meedoen. De ontwikkeling van deze functies, zoals plannen, het reguleren van emoties en beheersen van impulsen, loopt door tot circa het vijfentwintigste levensjaar. De ontwikkeling van de doelgroep verloopt bovendien minder spontaan. Ze moeten blijvend worden gestimuleerd en uitgedaagd. Maar als ze de kans krijgen en uitgedaagd worden, blijken zij veel meer in hun mars te hebben dan we als maatschappij vaak denken. Dat geldt dus óók voor de jongeren met matig verstandelijke beperkingen.”