Nieuws Passend Onderwijs

Notaoverleg passend onderwijs

Op maandag 2 juli vond het debat in de kamer plaats over de voortgangsrapportage passend onderwijs en de brief van de minister daarover. Hieronder een kort verslag van die bijeenkomst.

In de eerste termijn zijn alle leden van de vaste Kamercommissie redelijk kritisch over passend onderwijs m.n. op basis van hun contacten met ouders, leraren en leerlingen. De oppositie doet enkele voorstellen voor verbetering zoals het stellen aan een maximum voor de financiële reserves voor de swv of een landelijke norm voor basisondersteuning.
De minister benoemt allereerst de door hem ervaren opbrengsten van passend onderwijs: labeling is niet meer nodig voor ondersteuning; er is meer maatwerk mogelijk; er zitten meer kinderen in het regulier onderwijs; de thuiszitters zijn beter in beeld en de middelen worden evenrediger verdeeld. 

Verbetering is nodig t.a.v. de betrokkenheid van leraren en schoolleiders, het verminderen van de bureaucratie, de transparanties rond keuzes en inzet van middelen door samenwerkingsverbanden. Hij wil scholen hierover meer duidelijkheid gaan bieden. Ook pleit minister Slob voor een betere informatievoorzienig voor ouders en roept hen op toch vooral te melden wanneer samenwerkingsverbanden hier onvoldoende in voorzien.

Er zijn meer maatwerkmogelijkheden mogelijk vanaf 1 augustus: o.a. afwijking van de onderwijstijd, ook voor reguliere scholen en een tijdelijke plaatsing op een particuliere school. De minister hoopt dat dit voor een aantal thuiszitters een goede oplossing kan bieden. De vormgeving van leerrecht gaat de minister verder onderzoeken en daarin wordt het door LAKS gevraagde hoorrecht van leerlingen meegenomen.

Vormgeving van doorzettingsmacht wordt meegenomen in de onderwijs-zorgbrief die na het zomerreces aan de kamer word verzonden. De minister zegt toe na het zomerreces veel tijd te willen inruimen voor gesprekken over passend onderwijs met het veld, met leraren, ouders en leerlingen zodat een stevige evaluatie in 2020 mogelijk is. Verder zegt hij toe om in het najaar inzicht te geven in de reserveposities van de verschillende samenwerkingsverbanden.

Door beter samen te werken met de jeugdhulp kan naar de mening van de minister beter preventief worden gewerkt zodat thuiszitten kan worden voorkomen. De organisatie daarvan is complex en zal zeker nog de nodige tijd vragen. Er wordt een wetsvoorstel voorbereid om vrijstelling 5 onder a zorgvuldiger te overwegen mede met bemoeienis van deskundigheid uit het onderwijs. 

De minister wil geen rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs mede om te voorkomen dat er perverse prikkels gaan ontstaan om meer naar het pro te verwijzen. Wat betreft de kloof tussen de salarissen vso en vo verwijst minister Slob naar de nieuwe cao PO waarin leraren nu stappen kunnen maken. Als de kamer daarin iets anders wil zal er dekking voor moeten worden gezocht.

Wat het VN-verdrag Handicap betreft wil de minister verder de dialoog voeren met het veld. Inclusief betekent naar zijn mening niet dat elk kind ook in het regulier onderwijs een onderwijsplek kan krijgen. Voor een klein aantal leerlingen blijft het speciaal onderwijs de best passende plek. Inclusie moet geen doel op zich worden. Het gaat om wat voor het kind de beste plek is.

In de tweede termijn werden door de partijen in totaal 17 moties ingediend waarvan het grootste deel door de minister werden ontraden. Aan de kamer laat de minister een motie over het verbreden van de mogelijkheden voor VAVO, intramurale zorg en onderwijs voor kinderen van vrouwen in opvangvoorzieningen i.v.m. huiselijk geweld. Ook een motie van de PVV over harmonisatie van het bekostigingssysteem en toegang tot passend onderwijs liet de minister aan het oordeel van de kamer.  De stemming zal donderdag, waarschijnlijk later in de middag plaatsvinden. De teksten van de moties zijn te vinden op www.tweekamer.nl/kamerstukken/moties.